Boeddhismen
In het wereldomvattende panorama van de religieuze en spirituele tradities van de mensheid nemen de boeddhismen (later meer over het meervoud) een aparte plaats in. Ontstaan in India, van waaruit het zich verspreid heeft, geniet het boeddhisme tegenwoordig steeds meer interesse in het Westen.
De basis
De Vietnamese astrofysicus Trinh Xuan Thuan geeft een rake definitie van het boeddhisme als een « wetenschap van het Ontwaken », als een « weg die naar het Ontwaken leidt, een contemplatieve weg met grotendeels innerlijk gerichte blik », die de wereld ziet als « een wijdse stroom van onderling verbonden gebeurtenissen, die allemaal op elkaar ingrijpen ».
Aan de basis van de ruime boeddhistische beweging liggen de onderrichtingen en het voorbeeld van de historische Boeddha.
De Boeddha leefde in het noordoosten van India, waarschijnlijk tijdens de overgang van de 6e naar de 5e eeuw voor onze jaartelling. De betekenis van het Sanskritische woord «boeddha», de ontwaakte, hij die de ontwaakte staat heeft bereikt, verwijst naar het feit dat alle vormen van negativiteit zijn weggewerkt en dat alle inherente kwaliteiten perfect ontplooid zijn.
Het woord Boeddha verwijst dus tegelijk naar een historische figuur en naar de beschrijving van een staat van perfectie.
Zijn eerste onderricht staat bekend als de Vier Edele Waarheden :
- Het lijden bestaat
- De oorzaak van het lijden ligt in de gehechtheid.
- De opheffing van het lijden vereist de opheffing van de bezitsdrang.
- De opheffing van de gehechtheid wordt mogelijk door het Edele Achtvoudige Pad te volgen (juist begrip, juiste gedachten, juist spreken, juist handelen, juiste bestaansmiddelen, juiste inspanning, juiste indachtigheid, juiste concentratie) en door het bereiken van de leegte.
De multipliciteit
Het boeddhisme is tegelijk een spirituele traditie, een filosofie, een wetenschap van de geest, en zelfs een ecologie toen het woord nog niet bestond. Het biedt ons de mogelijkheid de menselijke staat van het lijden te overstijgen dankzij het bereiken van de leegte voorbij alle woorden, alle concepten, alle geloof.
Het oorspronkelijke boeddhisme heeft een eerste stroming teweeggebracht, Theravada geheten, waarvan de bijzonder rijke meditatieve traditie stilaan ingang vindt in het Westen.
De tweede stroming, het mahayana-boeddhisme, introduceert een altruïstische dimensie door te stellen dat de wijze niet kan aanvaarden om te worden opgenomen in het nirvana (de staat van bevrijding) zolang er nog lijden is in de wereld. Deze wijze «keert terug» onder zijn broeders en zusters in het lijden, om ze te helpen zich te bevrijden. Deze held van het mededogen wordt een bodhisattva genoemd.
Bodhidharma, een Indiase boeddhistische meester van de 5e en 6de eeuw van onze jaartelling, droeg het onderricht van de Boeddha uit in China. Hij maakte deel uit van het Grote Voertuig (mahayana). Uit de ontmoeting met het taoisme ontstond de Ch’an-school (een Chinese vervorming van het Sanskritische woord « dhyâna », dat « meditatie » betekent). Deze stroming bereikte via Korea in de XIIe eeuw Japan, waar zij de Japanse naam Zen krijgt (Japanse vervorming van het Chinese woord Ch’an).
Boeddhisme in Tibet
De intrede van het boeddhisme in Tibet vond plaats in de VIII de eeuw, dankzij de Indiase wijze Shântirakshita en de yogi Padmasambhava (hij die « geboren is uit de lotus »).
Tibet was toen in de ban van een diepe spiritualiteit met zowel animistis-che als polytheïstische kenmerken. Deze oorspronkelijke culturele achter-grond is nog steeds aanwezig in het huidige Tibetaanse boeddhisme, zoals duidelijk blijkt uit de architectuur en de versieringen van de tempels en kloosters.
Het Tibetaanse boeddhisme telt ook vandaag nog vier grote scholen : de oorspronkelijke school is de Nyingma-school ; in de XI de eeuw stichtte de vertaler Marpa de Kagyu-school, op een moment dat ook de Sakya-school zijn intrede deed ; en in de XIVe eeuw ten slotte stichtte Tsongkhapa de vierde en laatste school : de Geloeg-school, die als hoofd en gids de Dalai Lama heeft, de veertiende reïncarnatie van zijn stichter.
De verschillende scholen van het Tibetaanse boeddhisme onderscheiden zich door de manier waarop zij de filosofische doctrines in overeenstemming brengen met de meditatiepraktijken.

